CRvB 23 juli 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2442
Het voorgaande betekent dat de staatssecretaris bij zijn beslissing op de sollicitatie van appellant het oordeel van de selectiecommissie tot uitgangspunt heeft mogen nemen. Niet gezegd kan dan ook worden dat de staatssecretaris niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot zijn besluit om appellant niet voor de functie in aanmerking te brengen. Het verleden van appellant als zogeheten wachtkamerkandidaat voor groepsfunctie D kan dat niet anders maken. De bedoelde wachtkamer berustte op een geschiktheidsoordeel uit 1987. Enige jaren geleden is de wachtkamer opgeheven. Wat ook de precieze beweegredenen van de staatssecretaris voor die opheffing zijn geweest, voor de conclusie dat de staatssecretaris het bewuste geschiktheidsoordeel ook na die opheffing nog tot uitgangspunt had moeten nemen, bestaat alleen al vanwege het verre verleden waarin dit oordeel tot stand is gekomen, geen grond.
De uitspraak op rechtspraak.nl