CRvB 8 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2377
Termijnoverschrijding: de in hoger beroep door appellant aangevoerde omstandigheden leiden niet tot een ander oordeel dan de rechtbank heeft gegeven. Verzoek om herziening besluit van 3 januari 2003: Bij een doorlopende (periodieke) aanspraak als hier aan de orde, moet voor de toetsing een splitsing worden aangebracht wat betreft de periode voorafgaande aan de aanvraag en de periode na de aanvraag. Voorafgaand: mbt zowel de grondslag als het maatmaninkomen is de Raad met de rechtbank van oordeel dat het rapport van de arbeidsdeskundige uit 2001 niet kan worden aangemerkt als nieuw feit of veranderde omstandigheid als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb. Tijdvak na de aanvraag van 14 mei 2012: de rechtbank heeft het bestreden besluit 1 op juiste wijze getoetst en haar oordeel over de grondslag van appellants (Wet) Wajong-uitkering in de plaats gesteld van het bestreden besluit 1. De door appellant beoogde vaststelling van een hoger maatmaninkomen kan niet leiden tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid dan 80 tot 100%, nu appellant ten tijde van zijn verzoek van 14 mei 2012 een Wet Wajong-uitkering ontving en zijn mate van arbeidsongeschiktheid al was vastgesteld op 80 tot 100%.
De uitspraak op rechtspraak.nl