CRvB 10 juli 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2264
Tussen partijen is niet in geschil het uitgangspunt dat, gelet op het arrest, het primaire en het bestreden besluit zijn genomen in strijd met het toepasselijke recht. In geschil is of het college, gegeven dit uitgangspunt, kan volhouden dat voorafgaande aan het arrest de besluiten wel rechtmatig waren en dat dus geen proceskosten verschuldigd zijn. Het is vaste rechtspraak van de Raad (uitspraken van 3 maart 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH6087 en 18 januari 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP2234) dat in geval door latere vestiging of wijziging van rechtspraak eerder genomen en destijds rechtmatig gedachte besluiten in strijd met het recht blijken te zijn, het bestuursorgaan die omstandigheid niet met vrucht kan inroepen ter afwering van een kostenveroordeling. Dit geldt, gegeven het onder 4.2.2 genoemde uitgangspunt, in dit geval ook voor het college. Uit het voorgaande volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. De Raad zal het beroep gegrond verklaren, het bestreden besluit vernietigen voor zover het college daarbij de inhouding van de vakantietoeslag heeft gehandhaafd en het besluit van 9 augustus 2012 herroepen voor zover dit betrekking heeft op de inhouding van de vakantietoeslag. Proceskostenveroordeling.
De uitspraak op rechtspraak.nl