CRvB 3 juli 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2092

Prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Beoordeeld moet worden of verenigbaar is met Richtlijn 93/104 en Richtlijn 2003/88 dat als rusttijd worden aangemerkt de uren waarin de ambtenaar geen werkzaamheden verricht, maar in verband met zijn functie van hoofdwerktuigkundige verplicht is beschikbaar te zijn om op oproep storingen in de machinekamer te verhelpen. De Raad ziet zich gesteld voor dezelfde beoordeling ten aanzien van de uren waarin de ambtenaar geen werkzaamheden verricht, maar - net als iedere andere schepeling - verplicht is beschikbaar te zijn om bepaalde onmiddellijk noodzakelijke werkzaamheden te verrichten. Uit eerdere arresten van het Hof volgt dat van belang is of het dienstverband de fysieke aanwezigheid van de werknemer op de werkplek vereist. Onduidelijk is of in de voorliggende situaties sprake is van een verplichting van de ambtenaar om tijdens de beschikbaarheidsdienst op de werkplek aanwezig te zijn. De Raad vraagt zich af of ook in dit geval de daadwerkelijk door belanghebbende verrichte arbeidsprestaties buiten beschouwing dienen te blijven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen