CRvB 3 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1870
In de door appellante gedane melding is geen aanleiding gezien om werknemer een maatregel op te leggen. Als uitgangspunt geldt dat het Uwv kan volstaan met een beoordeling of een werknemer voldoet aan de kwantitatieve norm van gemiddeld vier sollicitaties per vier weken. Dit is anders in het geval een overheidswerkgever het Uwv erop wijst dat een voormalige werknemer zich niet aan zijn sollicitatieplicht houdt, omdat hij niet voldoet aan de kwalitatieve eisen die aan de sollicitaties worden gesteld en de overheidswerkgever dit standpunt ook heeft onderbouwd. Appellant heeft een te beperkte invulling gegeven aan de op hem rustende verplichting om in voldoende mate te trachten passende arbeid te verkrijgen, bedoeld in artikel 24, eerste lid, aanhef en onder b, ten eerste, van de WW. Op grond van artikel 2, in samenhang met artikel 6, van het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten was het Uwv gehouden een maatregel op te leggen van 25 procent van het uitkeringsbedrag gedurende ten minste vier maanden. Het Uwv heeft dit ten onrechte niet gedaan. Dit betekent dat het Uwv appellante de schade moet vergoeden die zij heeft geleden als gevolg van het niet opleggen van een maatregel.
De uitspraak op rechtspraak.nl