CRvB 15 april 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1836
De intrekking van Vo 1408/71 en vervanging door Vo 883/2004 laat het belang van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) van 14 oktober 2010, C-345/09, Van Delft e.a. (ECLI:EU:C:2010:610), waarin de toepassing van Vo 1408/71 aan de orde was, onverlet. Het Hof heeft in dat arrest overwogen, dat artikel 28 van Vo 1408/71 dwingend van aard is voor de sociaal verzekerden die onder de objectieve situatie van die bepaling vallen en dat zij zich niet aan de werking van die bepaling kunnen onttrekken door zich niet overeenkomstig artikel 29 van Verordening (EEG) nr. 574/72 in te schrijven bij het bevoegde orgaan van de woonstaat. Alleen de niet-wettelijke aanvullende verzekeringen kunnen vrij worden gekozen. De ontstane ongelijke behandeling ten opzichte van in Nederland woonachtige premieplichtigen heeft de Raad niet overduidelijk onevenredig gevonden.
De uitspraak op rechtspraak.nl