CRvB 27 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1715
De Raad is van oordeel dat, indien een re-integratie-activiteit van de werkgever bestaat uit het bij binnenkomende opdrachten telkenmale nagaan of die zien op arbeid die in enigerlei vorm aan een te re-integreren werknemer kunnen worden aangeboden, het Uwv terecht vereist dat met een schriftelijk verslag inzicht wordt verschaft in de beoordeelde opdrachten en het moment waarop die beoordelingen (al dan niet periodiek) hebben plaatsgevonden. Het vereiste van schriftelijke vastlegging volgt uit wat in artikel 3 van de Regeling procesgang is bepaald en sluit aan bij de uit artikel 25, eerste lid, van de Wet WIA voortvloeiende verplichting tot verantwoording van de gepleegde re-integratie-inspanningen. Appellante heeft ook nadat zij was geconfronteerd met die opvatting van het Uwv nagelaten een controleerbare beschrijving van haar re-integratie-activiteiten in het geding te brengen.
De uitspraak op rechtspraak.nl