CRvB 29 april 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1653

Met betrekking tot de besluiten van 24 augustus 2013 en eerder, geldt dat het daartegen gerichte bezwaar is ingediend na afloop van de bezwaartermijn van zes weken. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de besluiten voldoende duidelijk zijn en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. De veronderstelling van appellant dat hij het reisproduct heeft stopgezet door een brief (of brieven) te verzenden aan de minister, levert geen situatie op waarin het niet tijdig beëindigen van het reisrecht hem aantoonbaar niet kan worden toegerekend. Een op grond van de Wsf 2000 vastgestelde OV-schuld is niet aan te merken als een (bestuurlijke) boete of daarmee gelijk te stellen punitieve sanctie, maar reparatoir van aard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken