CRvB 29 april 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1478
Naar het oordeel van de Raad blijkt uit de gedagtekende verklaringen van de artsen, de beslissing van het college alsmede uit de toekenning door het college van de tegemoetkoming uit het profileringsfonds genoegzaam dat artsen en het college van opvatting zijn dat appellante als gevolg van een functiestoornis of chronische ziekte niet in staat is het afsluitend examen met goed gevolg af te ronden binnen de duur van de prestatiebeurs. Voldaan is aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 5.6, tiende lid, van de Wsf 2000. Het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 5.6, tiende lid, van de Wsf 2000. Vernietiging besluit. De Raad zal zelf in de zaak voorzien en bepalen dat bij het bestreden besluit de duur van de prestatiebeurs met acht maanden wordt verlengd.
De uitspraak op rechtspraak.nl