CRvB 21 april 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1272

Afwijzing verzoek voor een incidentele aanvullende uitkering, onder verwijzing naar het advies van de Toetsingscommissie WWB (TC). Het ligt op de weg van het college om aannemelijk te maken dat sprake is van een uitzonderlijke situatie op de arbeidsmarkt. Het college heeft weliswaar gesteld dat in Dronten sprake is van een veelal moeilijk bemiddelbaar klantenbestand, maar heeft niet cijfermatig onderbouwd in hoeverre het klantenbestand afwijkt van dat van andere gemeenten. Uit de stukken blijkt dat al jaren bekend was dat de samenwerking tussen appellant en het UWV-Werkbedrijf in Emmeloord niet optimaal was en dat het in de risicosfeer van appellant ligt om een oplossing voor die problemen te zoeken. De conclusie van de TC dat uit de goede resultaten in 2011 blijkt dat het met een andere aanpak mogelijk was om de instroom te beperken en dat de goede resultaten ook eerder hadden kunnen worden bereikt, is in dat licht bezien niet onbegrijpelijk. Bovendien is begrijpelijk dat de staatsecretaris in navolging van de TC van opvatting is dat, gelet op de aanzienlijk hogere instroom in Dronten dan het landelijk gemiddelde, er veel waarde wordt gehecht aan een effectieve invulling van de poortwachtersfunctie en dat daarvan in 2010 nog geen sprake was. De staatssecretaris heeft er in het verweerschrift terecht op gewezen dat de stelling dat bij deugdelijk beleid en uitvoering de IAU moet worden toegewezen, onjuist is. De beoordeling van beleid en uitvoering heeft het karakter van een hardheidsclausule, waaruit volgt dat uit de rapportage van appellant duidelijk, en met cijfers onderbouwd, dient te blijken dat sprake is van een bijzondere inzet om de kosten van bijstand te beperken. De conclusie van de TC dat hieraan niet is voldaan kan worden gevolgd. Niet is gebleken dat het advies van de TC op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen, feitelijke onjuistheden bevat of ondeugdelijk is gemotiveerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen