CRvB 16 januari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:59

Vaststelling terugvordering onverschuldigde uitkering. Uitgangspunt moet zijn dat de neveninkomsten betrekking hebben op de periode van 1 juli 2005 tot 1 juli 2007 en naar evenredigheid moeten worden toegerekend aan iedere binnen die periode gelegen maand. Overeenkomstig de hoofdregel van artikel 5, eerste lid, van de Ugm hadden zij dan ook telkens met de uitkering over die maand moeten worden verrekend. Over de aard van de werkzaamheden is niets naar voren gekomen dat aanleiding zou kunnen geven om de te verrekenen inkomsten over een kalenderjaar (of meerdere kalenderjaren) in beschouwing te nemen. Evenmin zijn er aanwijzingen dat tussen partijen een regeling of gedragslijn bestond op grond waarvan verminderingen in het lopende kalenderjaar slechts een voorlopig karakter droegen. De in artikel 6, eerste lid, neergelegde uitzondering op de hoofdregel is daarom niet van toepassing. Wat er zij van de uitleg die partijen hebben gegeven aan eerdere rechtspraak van de Raad, de tekst en de strekking van de Ugm zijn op dit punt duidelijk en laten in dit geval geen andere conclusie toe.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken