CRvB 20 februari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:545

Anders dan appellant heeft aangevoerd, heeft hij op 25 juni 2009 niet om ontslag gevraagd. Hij heeft toen weliswaar een formulier ‘Ontslag op verzoek’ ingediend, maar hij heeft daarbij als reden voor het ontslag opgegeven dat hij een functie heeft aanvaard binnen [naam PI]. Hieruit heeft de minister kunnen en mogen afleiden dat appellant niet wenste dat aan zijn aanstelling in algemene dienst van het rijk als bedoeld in artikel 5a van het ARAR een einde kwam, maar dat hij wenste te worden overgeplaatst van PI [naam PI] naar [naam PI]. Daarbij heeft de minister terecht mede in aanmerking genomen dat het beëindigen van de aanstelling van appellant in algemene dienst van het rijk voor hem zeer nadelige consequenties zou kunnen hebben en het daarom niet voor de hand lag het verzoek van 25 juni 2009 als een aanvraag om ontslag te interpreteren. Dat appellant wenste te worden overgeplaatst, kan ook worden afgeleid uit de checklist aan de hand waarvan het arbeidsvoorwaardengesprek van 24 juni 2009 is gevoerd. De minister heeft terecht naar aanleiding van het verzoek van appellant van 25 juni 2009 een besluit tot overplaatsing genomen. Heropening onderzoek ter voorbereiding van een nadere uitspraak over het verzoek van appellant om vergoeding van schade met betrekking tot mogelijke overschrijding van de redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken