CRvB 20 februari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:543
Aan een ambtenaar die voor onbepaalde tijd in tijdelijke dienst is aangesteld kan, zoals volgt uit de door de rechtbank genoemde vaste rechtspraak, op elke redelijke grond ontslag worden verleend. Met de rechtbank, en op de door de rechtbank gebruikte gronden, moet worden geoordeeld dat in de noodzaak tot het treffen van bezuinigingsmaatregelen een redelijke grond voor het verlenen van ontslag aan appellant is gelegen. De beëindiging van de tijdelijke aanstelling van appellant ligt geheel in de lijn van het beleid van het college om tijdelijke aanstellingen niet te verlengen en geen nieuw personeel in dienst te nemen (vacaturestop). 4.3.3.Het SSR 2010 staat aan het verlenen van ontslag niet in de weg, nu appellant niet onder de werkingssfeer ervan valt.