CRvB 24 december 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:4430
Ter uitvoering van de tussenuitspraak (ECLI:NL:CRVB:2013:2825) heeft het Uwv rapporten van een verzekeringsarts en van een arbeidsdeskundige overgelegd. De zelf-katheterisatie in de situatie van appellant kan niet op een verantwoorde wijze geschieden op een regulier toilet. Appellant is aangewezen op een invalidentoilet vanwege de (afsluitbare) ruimte waarin gemanoeuvreerd kan worden, de aanwezigheid van wasgelegenheid, de mogelijkheid tot het verantwoord neerleggen van katheterisatiemateriaal en de mogelijkheid om vanuit hygiënisch oogpunt de katheterisatiehandelingen te verrichten. Een invalidentoilet is noodzakelijk. De Raad zal uitgaan van deze beperking in de FML. De afwezigheid van een invalidentoilet staat niet in de weg aan de passendheid van de functies. Voor zover al niet het noodzakelijke invalidentoilet aanwezig is, kan alsnog worden aangebracht. Niet gebleken is dat een voorziening als de onderhavige zodanig ver(der)strekkend en ingrijpend is dat deze van een werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd. Een toiletgang gedurende 6 minuten, drie maal op een werkdag, is niet zodanig excessief dat deze van een werkgever niet kan worden gevergd. De werkzaamheden in de geselecteerde functies verzetten zich niet tegen tussentijds toiletbezoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl