CRvB 3 december 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:4045
De verzending van het besluit van 12 oktober 2013 heeft, omdat het was gericht aan appellant in plaats van aan zijn vader, niet aan de bij de Minister bekende gemachtigde plaatsgevonden. Dat de verzending wel aan het juiste adres heeft plaatsgevonden betekent niet dat het besluit door de Minister daardoor op de juiste wijze is bekendgemaakt. Genoegzaam staat vast dat de gemachtigde eerst kennis heeft genomen van het besluit van 12 oktober 2013 nadat appellant, na ontvangst, dit besluit vanuit Engeland aan de gemachtigde heeft toegezonden, zodat de bezwaartermijn eerst op dat moment is aangevangen. Nu er verder geen reden voor twijfel is aan de stelling van de gemachtigde dat, nadat hij van het besluit kennis heeft genomen, zo spoedig mogelijk het bezwaarschrift is ingediend, moet het ervoor worden gehouden dat door appellant binnen een termijn van zes weken, en daarom tijdig, bezwaar is gemaakt tegen het besluit van 12 oktober 2013. Het bezwaar is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl