CRvB 25 november 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3897

Intrekking en terugvordering bijstand omdat betrokkene vanaf 15 maart 2011 niet meer woonachtig is in de gemeente [plaatsnaam] zodat jegens het college geen recht bestaat op bijstand, dat contant geld en sieraden in een kluis op het uitkeringsadres zijn aangetroffen en dat betrokkene gemachtigd was op een tweetal rekeningen van haar zoon. Zij heeft dit alles niet gemeld bij het college, zodat zij de op haar rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Het komt de Raad onder de gegeven omstandigheden juist voor dat het college bevoegd wordt geacht de bijstand van betrokkene in te trekken over een periode waarin bijstand is verleend, terug te rekenen vanaf 15 maart 2011, gerelateerd aan het bedrag van € 26.100,- minus het bedrag van het voor betrokkene op 15 maart 2011 (nog) geldende vrij te laten vermogen. Dit betekent vervolgens dat de terugvordering beperkt dient te blijven tot een bedrag van € 26.100,- minus het bedrag van het voor betrokkene op 15 maart 2011 (nog) geldende vrij te laten vermogen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken