CRvB 23 oktober 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3586

1) Weigering om betrokkene met terugwerkende kracht te bevorderen. Verzoek opvatten als een verzoek om terug te komen van het functietoewijzingsbesluit. De bevordering van collega’s P en Van N is ten onrechte niet aangemerkt als een nieuw feit op basis waarvan tot bevordering met terugwerkende kracht zou moeten worden overgegaan. Ten tijde van het oorspronkelijke besluit en het daaraan gekoppelde heroverwegingsbesluit was artikel 40 van de BAFBD van toepassing en niet artikel 24a van het AMAR zoals door de minister is betoogd. Op grond van dit artikel dient, indien naar aanleiding van de uitkomst van een functiewaarderingsonderzoek - al dan niet in samenhang met een nieuwe functiebeschrijving - bij een bestaande functie sprake is van een verhoging van de rang, de defensieambtenaar die deze functie vervult bevorderd te worden tot deze rang. Net als collega’s P en Van N vervulde betrokkene de functie nog ten tijde van het rekest. Dit brengt mee dat betrokkene met terugwerkende kracht tot de datum van functietoewijzing in aanmerking komt voor bevordering tot kapitein. 2) Het besluit ter uitvoering van de aangevallen uitspraak is niet alleen binnen de termijn genomen, maar is ook binnen de termijn verzonden. De minister is betrokkene dan ook geen dwangsom verschuldigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken