CRvB 17 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3066
De Svb heeft het buitenwettelijk, begunstigend beleid consistent toegepast. Anders dan de rechtbank is de Raad van oordeel dat het betrokkene redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat hij geen recht had op de tegemoetkoming TOG. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat Svb reeds in zijn brief van 28 januari 1998, waarin is verwezen naar de aanvraag van betrokkene, aan betrokkene te kennen heeft gegeven dat wijzigingen in de gezinssituatie van betrokkene binnen vier weken aan Svb moeten worden gemeld. Daarnaast is van betekenis dat - zoals betrokkene ook ter zitting heeft verklaard - [naam] in de van belang zijnde periode, behoudens de vakantieperiodes, wekelijks door (een van) de ouders op de maandagen naar [instelling] werd gebracht en op vrijdag werd opgehaald. Ook daaruit had betrokkene naar objectieve maatstaven bezien, kunnen vermoeden of begrijpen dat [naam] niet thuiswonend was en er geen recht bestond op de tegemoetkoming TOG. Ten slotte wijst de Raad er op dat betrokkene de beleidsregels, waarin het criterium van vier nachten per week is vermeld, had kunnen raadplegen.
De uitspraak op rechtspraak.nl