CRvB 6 augustus 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2709
De Raad is van oordeel dat aan de artikellidonderdelen van het Btcg niet de ernstige gebreken kleven. Bij de totstandkoming van de regeling is onderkend dat het niet optimaal is om de pgb’s voor huishoudelijke verzorging op grond van de Wmo niet mee te nemen bij de selectiecriteria, maar dat het voor gegevens over het jaar 2009 niet mogelijk is een uitvraag aan alle gemeenten te realiseren. De gegevens met betrekking tot deze pgb’s worden namelijk niet centraal vastgelegd. Dit betekent dat alle gemeenten zouden moeten worden benaderd om de benodigde gegevens te krijgen. Over het jaar 2009 heeft de regelgever daarom vanwege de uitvoerbaarheid van de regeling de keuze gemaakt om niet de pgb’s voor huishoudelijke verzorging op grond van de Wmo mee te nemen. Naar het oordeel van de Raad kan niet gezegd worden dat deze keuze zodanig onredelijk is dat de regelgever deze niet had mogen maken. In de situatie van appellant zijn geen, niet al in de eerdere afweging door de regelgever meegenomen, bijzondere omstandigheden en belangen aan de orde.
De uitspraak op rechtspraak.nl