CRvB 18 juli 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2437
Het Zorginstituut mocht wel een bijdrage Zvw in rekening brengen over de jaren 2006 en 2007, maar niet over de jaren 2008 en 2009. Hoewel niet ondenkbeeldig is dat betrokkene met betrekking tot de onderzoeken van de Svb voor de uitvoering van de AOW de nadruk wat meer heeft gelegd op zijn woon- en leefsituatie in Frankrijk, is er ook thans geen aanleiding te oordelen dat het gewone centrum van de belangen van betrokkene in de jaren 2006 en 2007 niet in Frankrijk lag. Hieraan kan niet afdoen dat betrokkene mogelijk procentueel minder tijd in Frankrijk doorbracht dan in Nederland, nu ook volgens vaste rechtspraak van het Hof de duur van het verblijf in de lidstaat niet kan worden beschouwd als een zelfstandig onderdeel van de definitie van het begrip woonplaats in de zin van Vo 1408/71 (vergelijk de arresten Swaddling, punt 30 en I tegen Health Service Executive, punt 49). Betrokkene viel gedurende de jaren 2008 en 2009 niet binnen de werkingssfeer van artikel 28 van Vo 1408/71. Hij kan derhalve niet worden aangemerkt als verdragsgerechtigde en is geen bijdrage Zvw over die jaren verschuldigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl