CRvB 29 januari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:242

Geen recht op een uitkering op grond van de Wet WIA. De rechtbank heeft voldoende en ondubbelzinnige indicaties aanwezig geacht voor het bestaan van reële en volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang van de verzekering. De rechtbank heeft daartoe verwezen naar de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts, het rapport van Postma en Van Leeuwen en de bevindingen van Orbis Geestelijke Gezondheidszorg, waarbij appellant onder behandeling was. Een door appellant overgelegd rapport van de arts A. Bernaert van Reaned, gedateerd 7 mei 2008, heeft de rechtbank, onder verwijzing naar het daarop op 16 november 2011 door de bezwaarverzekeringsarts geleverde commentaar, niet tot een ander oordeel gebracht. In reactie op de stelling van appellant dat de bepalingen in de Wet WIA met betrekking tot de uitsluitingsgrond voor bij aanvang van de verzekering bestaande volledige arbeidsongeschiktheid - de artikelen 43, onder c, en 46 van de Wet WIA - met ingang van 1 januari 2011 zijn vervallen heeft de rechtbank gewezen op het overgangsrecht dat is neergelegd in artikel 133f van de Wet WIA. Uit dit overgangsrecht volgt dat genoemde bepalingen van toepassing blijven op degene wiens eerste werkdag waarop door hem wegens ziekte niet is gewerkt is gelegen voor 1 januari 2011.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen