CRvB 16 juli 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2398

Tussenuitspraak. De Raad ziet met het oog op finale geschillenbeslechting van het geschil aanleiding om met toepassing van artikel 21, zesde lid, van de Beroepswet CIZ op te dragen de gebreken in het bestreden besluit te herstellen. Met het oog daarop dient CIZ nader (medisch) onderzoek te laten verrichten naar de vraag tot welke beperkingen de bij appellante vastgestelde aanpassingsstoornis met angst leidt op het gebied van psychisch functioneren en zelfredzaamheid en of appellante voor haar psychische klachten is uitbehandeld. Indien appellante niet als uitbehandeld kan worden beschouwd en mocht blijken dat zij matige of ernstige beperkingen ondervindt op de relevante gebieden dan dient CIZ tevens in de beoordeling te betrekken of begeleiding naast of vooruitlopend op behandeling op grond van de Zvw is aangewezen. De Raad volgt appellante niet in haar standpunt dat zij op grond van haar fysieke beperkingen in aanmerking zou moeten komen voor begeleiding. Door middel van de medische adviezen van 12 oktober 2011 en 28 mei 2014 heeft CIZ voldoende onderbouwd dat matige tot ernstige beperkingen op het gebied van bewegen en verplaatsen niet geobjectiveerd kunnen worden door de aanwezige medische informatie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen