CRvB 3 juli 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2312

Tussenuitspraak. De Raad is er niet van overtuigd geraakt dat met name de afwijzing van de aanvraag uit mei 2010 op goede gronden heeft plaatsgevonden. De enkele mededeling van Kho dat de eerdere medische oordelen juist zijn geweest is immers niet verder onderbouwd. Bij dit alles wordt in aanmerking genomen dat Kho nu een invaliditeit vaststelt zonder dat uit zijn rapportage blijkt van een noemenswaardige verergering van de klachten ten opzichte van de beoordeling door Roelofs. Daarmee valt niet uit te sluiten dat de eerder wel bekende maar niet voldoende onderkende taalproblemen destijds in de weg hebben gestaan aan een voldoende zorgvuldig onderzoek. Verweerder heeft onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd waarom in het geval van appellante geen gebruik is gemaakt van de bevoegdheid om aan de toegekende toeslag terugwerkende kracht te verlenen. Dit gebrek zal alsnog moeten worden hersteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen