CRvB 15 mei 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1783

1) Beoordeling. Niet valt in te zien dat de wijze van hanteren door de staatssecretaris van de hoogst mogelijke score “uitstekend”, inhoudende dat die score alleen wordt toegekend als sprake is van functioneren dat duidelijk en in substantiële mate boven de functie-eisen uitgaat, niet toelaatbaar zou zijn te achten. Er is niet naar voren gekomen dat in het geval van betrokkene sprake is geweest van de bedoelde, uitzonderlijke wijze van functioneren. 2) Stopzetting bovenschaalse periodiek. Strijd met vertrouwensbeginsel. Het is niet met de beleidslijn verenigbaar dat gedurende de jaren 2006 tot en met 2010 een periodiek bovenop het maximum van de geldende salarisschaal is verstrekt, nu het functioneren van betrokkene in geen van de genoemde jaren overwegend met de allerhoogste score is beoordeeld. In dat licht bezien is de bewuste verstrekking als foutief te beschouwen. Niet kan worden gezegd dat de staatssecretaris niet gerechtigd was om de bovenschaalse periodiek op enig moment te beëindigen, afhankelijk van de omstandigheden, is een korte of langere afbouw- of gewenningsperiode aangewezen. De Raad voorziet zelf en kent betrokkene conform de overgangsregeling over de jaren 2011, 2012 en 2013 een periodiek boven het maximum van zijn salarisschaal toe.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken