CRvB 6 mei 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1680

Intrekking bijstand. Overschrijding maximale toegestane periode voor verblijf in het buitenland. De rechtbank heeft terecht overwogen dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zich ten tijde hier van belang zeer dringende redenen hebben voorgedaan. Reeds omdat de redenen van het verblijf in het buitenland niet haar persoon betreffen is er geen reden voor toepassing van artikel 16, eerste lid, van de WWB. De Raad onderschrijft voorts het oordeel van de rechtbank dat de bescherming die artikel 8 van het EVRM biedt niet zo ver strekt dat het college verplicht was appellante financieel in staat te stellen om de uitoefening van het recht op gezinsleven mogelijk te maken gedurende de tijd dat zij - vanwege het overlijden van haar moeder - in Suriname heeft verbleven. Verboden onderscheid naar leeftijd ten tijde hier in belang niet meer van toepassing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken