CRvB 23 januari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:159

Weigering van een bedrag voor niet meetbare invaliditeitskosten (NMIK) op grond van art. 21b Wuv. Nà 1 januari 1992 had appellant op ieder moment nog daargelaten de kans van slagen zijn stellingen naar voren kunnen brengen, waaronder de stelling dat ook voor hem als man de aanspraak op NMIK ambtshalve had moeten worden beoordeeld. Niet valt in te zien dat appellant niet reeds vóór 1 januari 1992 met een beroep op verdragsrecht om toekenning van NMIK had kunnen verzoeken en tegen de afwijzing van dit verzoek bezwaar en beroep had kunnen instellen. Er is geen enkele aanwijzing dat hij door verweerder of diens rechtsvoorganger(s) op oneigenlijke wijze van het indienen van een aanvraag is afgehouden. Toch heeft appellant tot 12 mei 2009 gewacht alvorens in actie te komen. De gevolgen daarvan moeten voor zijn rekening worden gelaten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken