CRvB 16 april 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1282

Hoogte dagloon. Voor appellant is een gedeeltelijke werkloosheid ontstaan. Voor een aanspraak op de zogenoemde dagloonregeling uit artikel 17 van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen, is niet vereist dat de nieuwe dienstbetrekking volledig is beëindigd. Voldoende is dat binnen de genoemde periode werkloosheid is ontstaan uit de nieuwe dienstbetrekking. Het geschil tussen partijen beperkt zich tot de uitleg van de woorden ‘naar de mate waarin de dienstbetrekking in de plaats is gekomen van de oude dienstbetrekking’ uit artikel 17 van het Besluit. Er is geen aanleiding om de gewraakte zinsnede in artikel 17 van het Besluit anders uit te leggen dan dezelfde zinsnede in artikel 9 van het Besluit (...). Dat betekent dat het loon uit de oude dienstbetrekking moet worden vermenigvuldigd met een breuk, waarbij de teller wordt gevormd door het aantal uren van het dienstverband van appellant in de nieuwe dienstbetrekking en de noemer door het aantal uren van het oude dienstverband.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken