CRvB 4 juni 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:CA2803

Intrekking bijstand. (Mede)terugvordering. 1) Gezamenlijke huishouding. De omstandigheid dat de buurtbewoners van het uitkeringsadres betrokkene regelmatig hebben gezien is, gelet op het feit dat zij daar haar schoonheidssalon had aannemelijk, maar dit is ontoereikend voor de conclusie dat zij haar hoofdverblijf had op dat adres. Geen deugdelijke grondslag. 2) Handel in kralen(kettingen). Schending inlichtingenverplichting. Toereikende feitelijke grondslag voor de conclusie dat appellant zich heeft beziggehouden met het vervaardigen van en handelen in kralen(kettingen) en dat de in dat kader ondernomen activiteiten in het economisch verkeer op geld waardeerbaar zijn. Appellant heeft van zijn activiteiten ten aanzien van kralenkettingen en inkomsten geen administratie of boekhouding bijgehouden. Door dit na te laten heeft appellant een bewijsrisico genomen waarvan de gevolgen, te weten het niet kunnen vaststellen van het recht op bijstand geheel voor zijn rekening dienen te blijven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen