CRvB 24 mei 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:CA2151
Vaststelling buitenlandbijdrage. Nu appellanten door hun Nederlandse pensioenen aanspraak hebben op zorg ten laste van het Nederlandse socialezekerheidsstelsel, moet de solidariteit van een dergelijk stelsel, om niet van de essentie van zijn inhoud te worden beroofd, dwingend worden gewaarborgd door alle eronder vallende sociaal-verzekerden, onafhankelijk van het individuele gedrag, waartoe elk van hen op basis van persoonlijke parameters kan besluiten. Met de omstandigheden van appellanten die voor de berekening van de buitenlandbijdrage van belang zijn, is derhalve bij de woonlandfactor rekening gehouden. Andere individuele omstandigheden kunnen bij die berekening geen rol spelen. Voor zover appellanten hebben willen betogen dat zij door hun buitenlandbijdrage een vorm van belasting betalen, wordt gewezen op de uitspraak van de Raad van 26 augustus 2009 (LJN BJ6362). Voor zover sprake is van betaling in Frankrijk van premies vanaf 2006 voor prestaties gedekt door het Franse wettelijke stelsel van ziektekosten, is het aan appellanten daar in Frankrijk terugbetaling voor te vragen. Niet is gebleken van een vorm van ongelijke behandeling van appellanten door Cvz welke onverenigbaar zou zijn met enige bepaling van communautair en/of internationaal recht.
De uitspraak op rechtspraak.nl