CRvB 30 mei 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:CA1700

(Tijdelijk) ouderdomspensioen wordt in mindering gebracht op de WW-uitkering. Omdat appellante de dienstbetrekking waaruit het pensioen wordt ontvangen en de dienstbetrekking waaruit de werkloosheid is ontstaan voor het intreden van de werkloosheid niet naast elkaar heeft vervuld is de uitzondering van artikel 34, zevende lid, van de WW niet op haar van toepassing. Beroep op artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM faalt: Zie LJN AU3927, waarin is overwogen dat een voorwaardelijke aanspraak die is vervallen omdat niet aan de voorwaarden is voldaan, niet valt onder het begrip “possessions” in artikel 1 van het Eerste Protocol. De aanspraak van appellante op een WW-uitkering kan niet volledig worden gerealiseerd omdat de voorwaarden daartoe ontbreken op grond van artikel 34, eerste lid, aanhef en onder b, van de WW, in samenhang met artikel 34, achtste lid, van de WW en de op dit lid gebaseerde Regeling. Dit betekent dat het bestreden besluit niet strekt tot ontneming of beperking van een bestaand eigendomsrecht van appellante. Beroep op artikel 1 van de Gw faalt: Toetsing van artikel 34 van de WW aan artikel 1 van de Gw is op grond van artikel 120 van de Gw niet toegestaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen