CRvB 29 mei 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:CA1414

Tussenuitspraak. Appellant heeft de aanvraag ten onrechte beoordeeld op grond van artikel 43a van de WAO. Het bestreden besluit kan - zoals ook door de rechtbank is geoordeeld - wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb, in rechte geen stand houden. De Raad dient aansluitend te bezien welk vervolg aan deze uitkomst wordt gegeven. Daarbij stelt de Raad voorop, dat de bestuursrechter bij een (te verwachten) vernietiging van een besluit op kenbare wijze de mogelijkheden tot definitieve beslechting van het geschil behoort te onderzoeken. Dit houdt in, dat de bestuursrechter eerst dient na te gaan of de rechtsgevolgen van een te vernietigen besluit in stand kunnen worden gelaten dan wel of hij zelf in de zaak kan voorzien. Ligt een van deze mogelijkheden redelijkerwijs niet binnen bereik, dan dient de bestuursrechter na te gaan of een - formele dan wel informele - bestuurlijke lus een reële mogelijkheid is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen