CRvB 7 mei 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9775
Vast is komen te staan dat sprake is van onrechtmatige besteding van de uitkering. Het college heeft niet (tijdig) met objectieve verifieerbare gegevens aannemelijk gemaakt dat sprake is geweest van zodanige jaaroverschrijdende activiteiten. Dit brengt mee dat geen grond aanwezig was om de termijn voor indiening van de financiële verantwoording van bestedingen met een jaar te verlengen. De wettelijke grondslag voor terugvordering van het WWB-werkdeel is gelegen in artikel 70, eerste lid, van de WWB. Toepassing van die bepaling vindt plaats als uit de gecertificeerde verantwoordingsinformatie van de zijde van de (accountant van de) gemeente blijkt dat sprake is van onrechtmatige besteding, onzekerheid omtrent de besteding daaronder begrepen. Nu geen sprake is van een strafsanctie is voor de bepleite matiging daarvan reeds daarom geen plaats. De Raad merkt in dit verband nog op dat uitsluitend vastgestelde onzekerheden die de zogenoemde rapporteringstolerantiegrens (in dit geval € 100.000,--) overschrijden tot terugvordering leiden. Zeer bijzondere omstandigheden die de staatssecretaris ertoe hadden moeten brengen in dit geval niet onverkort aan de toepassing van artikel 70, eerste lid, van de WWB vast te houden zijn niet gesteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl