CRvB 17 april 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7333
Tussenuitspraak. Afwijzing aanvraag om voor de functies Behandeling groep, en Begeleiding individueel. Motorische en geestelijke ontwikkelingsachterstand als gevolg van een chromosoomafwijking. Artikel 2, derde lid, van het Bza brengt mee dat het indicatieorgaan in ieder geval de objectieve zorgbehoefte van een verzekerde dient vast te stellen. Hieruit volgt dat CIZ niet had kunnen volstaan met de vaststelling in het kader van artikel 2, eerste lid, van het Bza dat voor appellant vroegbehandeling mogelijk is die kan worden bekostigd op grond van een zorgverzekering als bedoeld in de Zvw. Het bestreden besluit berust op onvoldoende onderzoek en een gebrekkige motivering. CIZ dient nader (medisch) onderzoek dient te (laten) verrichten naar de vraag welke vroegbehandeling, mede in aanmerking genomen de reisafstand gelet op de belastbaarheid en de mate van prikkelbaarheid, voor appellant in aanmerking komt. Indien vervolgens blijkt dat geen enkele vroegbehandeling voldoet, dan dient CIZ de indicatieaanvraag van 26 september 2011 voor de gevraagde functies begeleiding en behandeling nader te beoordelen en te bezien of de aanvraag van appellant voor inwilliging in aanmerking komt. De Raad draagt CIZ op om het gebrek te herstellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl