CRvB 17 april 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7327
Aansluiting zoekend bij artikel 309 van Boek 3 van het BW is de Raad van oordeel dat de verjaringstermijn voor het nemen van een terugvorderingsbesluit met betrekking tot een onverschuldigde betaling van een toeslag aanvangt op het moment dat het Uwv bekend is geworden met feiten of omstandigheden op basis waarvan voldoende duidelijk is dat een besluit omtrent terugvordering in de rede ligt. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat appellant naar aanleiding van de mededeling van betrokkene op het vragenformulier niet het voor de hand liggende onderzoek heeft ingesteld naar de inkomsten van betrokkene en haar partner. De Raad concludeert dat met de schriftelijke mededeling van betrokkene over haar gezinssituatie voor appellant voldoende duidelijk had moeten zijn dat er aanleiding was om te veronderstellen dat een besluit tot terugvordering in de rede lag. Vernietiging besluit. Nieuw besluit op bezwaar.