CRvB 20 maart 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7273
Ter uitvoering van de tussenuitspraak (LJN BX1207)heeft appellant een nader besluit genomen. Appellant heeft het geconstateerde gebrek hersteld. Appellant heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de juridische grondslag van het bestreden besluit niet te handhaven is en hij van oordeel is dat in het geval van betrokkene (nog steeds) sprake is van een ziekte die maakt dat betrokkene een aanzienlijk verhoogd risico heeft op ernstige gezondheidsklachten, zoals op grond van artikel 29c van de Ziektewet (ZW) is vereist. Betrokkene heeft tot 30 augustus 2014 over de perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte vanaf de eerste ziektedag recht op ziekengeld. In artikel 29c ZW wordt niets gezegd over de duur van de verlenging. Het Uwv hanteert de bestendige gedragslijn om met vijf jaar te verlengen. De door appellant gehanteerde gedragslijn om met vijf jaar te verlengen, is niet onredelijk. Aangezien het nadere besluit ziet op het oorspronkelijke verzoek van betrokkene is er geen reden om voor de verlenging van de termijn uit te gaan van de datum van het nadere besluit.
De uitspraak op rechtspraak.nl