CRvB 11 april 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7036
Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld vormt de situatie waarin betrokkene verkeerde niet een bijzonder geval. Van een kennelijk onbedoeld effect van het overgangsrecht, zoals in de uitspraak van 2 oktober 2008, is hier geen sprake. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat het betrokkene duidelijk was dat hij bij het besluit van 9 juni 2005 uit zijn functie is ontheven. Indien dat besluit niet in overeenstemming was met wat hij beoogde, had van hem verwacht mogen worden daartegen bezwaar te maken. De mogelijke gevolgen van het feit dat betrokkene dit heeft nagelaten dienen voor zijn rekening en risico te blijven. Vernietiging uitspraak. Beroep tegen het besluit van 1 juni 2010 is ongegrond. Vernietiging besluit van 14 december 2011.