CRvB 4 april 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6301

In geding is het gehandhaafde besluit van verweerder om appellante niet voor te dragen voor benoeming tot rechter. Raad: Verweerder is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat het negatieve advies niet op onvoldoende gronden berust. Dit brengt mee dat het besluit niet door de daaraan ten grondslag gelegde motivering kan worden gedragen. Het bestreden besluit waarbij dat besluit is gehandhaafd, komt dus voor vernietiging in aanmerking. Een en ander wil overigens niet zeggen dat aannemelijk is geworden dat appellante uiteindelijk een niveau van functioneren heeft bereikt dat boven iedere twijfel is verheven. Gelet op het beschreven gebrek in de motivering van het bestreden besluit is echter ook het tegendeel niet in voldoende mate komen vast te staan. Gezien het tijdsverloop en het nu eenmaal niet beschikbaar zijn van verdere schriftelijke informatie over het functioneren van appellante in de verlengde opleidingsperiode, moet ervan uit worden gegaan dat het bedoelde gebrek niet meer kan worden hersteld. De Raad zal daarom zelf in de zaak voorzien en bepalen dat appellante in de gelegenheid wordt gesteld opnieuw een verlengde opleidingsperiode met een duur van vier maanden te doorlopen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen