CRvB 3 april 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6244

Kan een advocaat in loondienst van een moederbedrijf worden aangemerkt als een derde in de zin artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit). Uit het oogpunt van rechtseenheid ziet de Raad thans aanleiding de benadering van de Hoge Raad te volgen. De Raad tekent daarbij aan dat hij als gangbare betekenis van het begrip 'derde' ziet een (rechts)persoon buiten de direct bij de zaak betrokken partijen. Uitgaande van de thans ook door de Raad gevolgde benadering moet (een advocaat in loondienst van) het moederbedrijf ten opzichte van betrokkene worden aangemerkt als derde in de zin van artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit. Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan het moederbedrijf] met betrokkene moet worden vereenzelvigd is niet gebleken. Het enkele feit dat moedermaatschappij en enig aandeelhouder van betrokkene is, is daartoe niet voldoende. Anders dan door appellant ter zitting bepleit, acht de Raad het gegeven dat tussen het moederbedrijf en betrokkene geen sprake is van betaling maar van doorbelasting niet relevant.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen