CRvB 26 maart 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5700
Besluit waarbij de bijstandsuitkering van appellante over een bepaalde periode is teruggevorderd. Appellante heeft onder meer aangevoerd dat de dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid niet is uitgenodigd voor de hoorzitting, hetgeen in strijd is met art. 7:13, lid 5 Awb. (…) De gemachtigde van het college heeft ter zitting van de Raad een uiteenzetting gegeven over de werkwijze die in de bezwaarfase wordt gevolgd. (…) Deze werkwijze is niet in overeenstemming met art. 7:13, lid 5 Awb. In dit artikellid is bepaald dat een vertegenwoordiger van het bestuursorgaan voor het horen wordt uitgenodigd en in de gelegenheid wordt gesteld een toelichting op het standpunt van het bestuursorgaan te geven. Met deze bepaling en het daaraan mede ten grondslag liggende beginsel van hoor en wederhoor is niet verenigbaar dat het bestuursorgaan, zoals in dit geval, niet voor de hoorzitting wordt uitgenodigd. De Rb. heeft dit niet onderkend. De aangevallen uitspraak komt daarom voor vernietiging in aanmerking. Het beroep tegen het bestreden besluit moet gegrond worden verklaard en dat besluit moet worden vernietigd wegens strijd met art. 7:13, lid 5 Awb. Zowel ter zitting bij de Rb. als ter zitting bij de Raad is een vertegenwoordiger van het college aanwezig geweest, waardoor een uitwisseling van informatie en standpunten heeft kunnen plaatsvinden. Voorts heeft appellante desgevraagd te kennen gegeven een nieuwe hoorzitting niet nodig te vinden. De Raad zal daarom beoordelen of de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand kunnen blijven.
De uitspraak op rechtspraak.nl