CRvB 26 maart 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5586

Intrekking en terugvordering bijstand. De onderzoeksbevindingen bieden een toereikende grondslag voor het oordeel dat appellant vanaf 1 januari 2006 bedrijfsmatig actief was in de coffeeshop van zijn zwager en op geld waardeerbare werkzaamheden heeft verricht. Onvoldoende feitelijke grondslag om aan te nemen dat appellant ook in de periode vóór 1 januari 2006 bedrijfsmatig actief was in de coffeeshop van zijn zwager. Appellanten hebben van de bedrijfsmatige activiteiten van appellant geen mededeling gedaan aan het college. Schending inlichtingenverplichting. . Geen deugdelijke administratie van de bedrijfsmatige activiteiten en de daarmee verworven inkomsten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen