CRvB 13 maart 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4119
Werkgever van appellante heeft het Uwv verzocht om de periode van de zogenoemde no-risk polis te verlengen, omdat de beperkingen zodanig blijvend van aard zijn dat ook na vijf jaar belang bestaat bij een vangnetvoorziening. Het Uwv heeft de bezwaren van werkgever en van appellante tegen de weigering om de no-risk polis te verlengen ongegrond verklaard. Zowel de verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts zijn tot de conclusie gekomen dat niet wordt voldaan aan het criterium “aanmerkelijk verhoogd risico op ernstige gezondheidsklachten”, zoals vereist om voor verlenging van de no-risk polis in aanmerking te komen. Raad: Art. 29c ZW, die tot dan in vrijwel gelijke bewoording was opgenomen in art. 20 van het Re-integratiebesluit (Besluit van 2 december 2005, Stb. 2005, 622), is per 1 augustus 2009 opgenomen in de Ziektewet. De bepaling was voorheen opgenomen in art. 8 van het Arbeidsgehandicaptebesluit (Besluit van 20 juli 1998, Stb. 1998, 488) en is sedertdien vrijwel ongewijzigd gebleven. Uit de Nota van toelichting bij het Arbeidsgehandicaptebesluit blijkt dat voor verlenging van de termijn als hier aan de orde aanleiding bestaat indien sprake is van personen met een progressieve aandoening of een sterk wisselend ziektebeeld met een ook dan nog bestaand aanzienlijk verhoogd risico op ernstige gezondheidsklachten. I.c. concludeert de bezwaarverzekeringsarts op basis van de ingewonnen informatie dat prognostisch niet te verwachten is dat de stoornis binnen een periode van jaren ernstige progressie zal laten zien. Aangevallen uitspraak bevestigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl