CRvB 5 maart 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3688

Afwijzing aanvraag als alleenstaande. Bruikbaarheid niet ondertekende verklaring. Onrechtmatig huisbezoek bij kamerbewoner. Geen redelijke grond en geen informed consent. Onrechtmatig verkregen bewijs strekt zich ook uit tot in huiskamer ingevuld formulier gezamenlijke huishouding. Raad: Het standpunt van betrokkene dat geen redelijke grond bestond voor het afleggen van het huisbezoek is juist. Anders dan appellant naar voren heeft gebracht, levert het enkele feit dat betrokkene de door appellant gevraagde bewijzen van onderhuur en betaling van huur niet kon overleggen geen redelijke grond op voor het huisbezoek. Dit zijn op zichzelf geen concrete objectieve feiten en omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs kan worden getwijfeld aan de juistheid en de volledigheid van de door betrokkene in het kader van de aanvraag om bijstand over zijn woon- en leefsituatie verstrekte gegevens. Bovendien stonden voor appellant in dit geval minder belastende middelen ter beschikking om de woon- en leefsituatie van appellant te beoordelen. Appellant had betrokkene eerst kunnen uitnodigen op het kantoor van de sociale dienst om een verklaring over zijn woon- en leefsituatie af te leggen. Zo nodig had aansluitend een huisbezoek aan de woning op het uitkeringsadres kunnen plaatsvinden. De eis van “informed consent” houdt in dat de toestemming van de belanghebbende berust op volledige en juiste informatie over de reden en het doel van het huisbezoek en over de gevolgen die het weigeren van toestemming voor de verlening van bijstand heeft. Betrokkene heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat ook aan die eis niet is voldaan. Appellant heeft immers niet aannemelijk gemaakt dat wel aan die eis is voldaan. Zo is in dit geval geen volledige informatie over de reden en het doel van het huisbezoek gegeven. De vermelding op het formulier huisbezoek dat het huisbezoek plaatsvond omdat betrokkene een aanvraag om bijstand had ingediend is daarvoor onvoldoende. Verder is onjuiste informatie verstrekt over de gevolgen die het weigeren van toestemming voor de verlening van bijstand heeft. Omdat in dit geval een redelijke grond voor een huisbezoek ontbrak, had betrokkene erop moeten worden geattendeerd dat het weigeren van toestemming geen gevolgen heeft voor de bijstandsverlening. Aan betrokkene is echter meegedeeld dat weigeren van toestemming wel directe gevolgen kan hebben voor de verlening van bijstand. De handhavingsmedewerkers hebben, door zonder redelijke grond en zonder toestemming van betrokkene diens kamer te betreden, inbreuk gemaakt op het huisrecht van betrokkene. Dit betekent volgens vaste rechtspraak (CRvB 12 januari 2010, LJN BK8928) dat wat de handhavingsmedewerkers in de kamer van betrokkene hebben waargenomen als onrechtmatig verkregen bewijs bij de beoordeling van het recht op bijstand van betrokkene buiten beschouwing dient te blijven. Van de zijde van appellant is ter zitting naar voren gebracht dat, gelet op de door I gegeven toestemming om de woning te betreden, het in de huiskamer van de woning door betrokkene ingevulde en ondertekende formulier gezamenlijke huishouding wel als bewijs mag worden gebruikt. De Raad volgt dit betoog niet. Gelet op de wijze waarop het huisbezoek is verricht, waarbij betrokkene op verzoek van de handhavingsmedewerkers niet in zijn eigen kamer, maar onmiddellijk na bezichtiging van die kamer in de huiskamer van de woning het formulier gezamenlijke huishouding heeft ingevuld en ondertekend, dient bij de beoordeling van het recht op bijstand van betrokkene ook dit formulier buiten beschouwing te blijven. De bevindingen van het onderzoek die wel in de beoordeling mogen worden betrokken zijn onvoldoende voor de conclusie dat ten tijde hier van belang sprake is geweest van wederzijdse zorg tussen betrokkene en I.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen