CRvB 7 maart 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3518

Afwijzing verzoek om een vergoeding toe te kennen voor aanwezigheidsdienst met slaapmogelijkheid. Appellant was niet in formele zin geconsigneerd op zijn hotelkamer, in de zin dat hem de verplichting was opgelegd op of in de onmiddellijke omgeving van zijn hotelkamer te blijven. Hij voldeed dus ook niet aan alle wettelijke voorwaarden voor vergoeding wegens consignatie thuis (die hem uit coulance wel is toegekend over de in geding zijnde dagen), laat staan voor de door hem verzochte vergoeding met 1/3 herleidingsfactor wegens aanwezigheidsdienst met slaapmogelijkheid, nu zo’n vergoeding niet wordt toegekend voor verblijf op de plaats waar de militair gewoonlijk de nacht geacht wordt door te brengen, in dit geval de hotelkamer. Buitenwettelijke bestendige praktijk. De commandant heeft daarbij onweersproken gesteld dat deze bestendige praktijk niet zover gaat dat in een geval als dat van appellant, waarbij sprake is van verblijf op een hotelkamer, niettemin een 1/3 vergoeding in plaats van een 1/10 vergoeding wordt toegekend. Er is ook geen andere grond waarop de commandant daartoe wel gehouden zou zijn. Geconcludeerd wordt dat appellant met de hem toegekende vergoeding niet tekort is gedaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen