CRvB 22 januari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BY9323
Toetsingskader voor de beoordeling van het recht op bijstand van een zelfstandige met aanzienlijk vermogen dat niet noodzakelijk is voor de uitoefening van het bedrijf. Het eigen vermogen omvat meer dan het voor de toepassing van het Bbz 2004 in aanmerking te nemen vermogen. Tot het eigen vermogen behoort ook het voor de uitoefening van het bedrijf en beroep noodzakelijke vermogen dat op grond van artikel 7 Bbz 2004 niet als vermogen in aanmerking wordt genomen en daarom geen rol speelt bij de beoordeling of op grond van het Bbz 2004 recht op algemene bijstand bestaat. Anders dan betrokkene meent, wordt in artikel 3 Bbz 2004 niet afgeweken van artikel 11, eerste lid, WWB in die zin dat ook een zelfstandige die een in aanmerking te nemen vermogen heeft tot de in artikel 3 Bbz 2004 genoemde bedragen recht heeft op bijstand.
De uitspraak op rechtspraak.nl