CRvB 16 januari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BY8581

Tussenuitspraak. Het Uwv is ten onrechte ervan uitgegaan dat appellante op en na 1 augustus 2006 jegens werkgeefster onverminderd aanspraak had op doorbetaling van het loon over 15,2 uur per week. Dat betekent dat het bestreden besluit niet voldoet aan de eis van artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat een beslissing van het Uwv op het bezwaar van appellante moet berusten op een deugdelijke motivering. Aan de vaststelling dat appellante op en na 1 augustus 2006 geen recht meer had op doorbetaling van loon, is niet zonder meer het door haar gewenste gevolg verbonden dat zij met ingang van die datum aanspraak heeft op een WW-uitkering over (in totaal) 30,4 uur per week. Er is aanleiding met toepassing van artikel 21, zesde lid, van de Beroepswet het Uwv opdracht te geven om een nieuwe beslissing op de bezwaren tegen de besluiten van 11 en 26 november 2009 te nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen