CRvB 21 juni 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:746

Ten aanzien van de reiskosten heeft appellante gesteld dat zij in 2010 drie maal met de auto van Portimao in Portugal naar Nederland en terug is gereisd om een zitting bij de rechtbank Amsterdam bij te wonen. Daarnaast is in juni 2011 een vliegticket geboekt van Faro in Portugal naar Eindhoven in verband met een herkeuring door het Uwv. De reiskosten in beroep bedragen volgens de laatste opgave van appellante € 2.840,88 voor benzine (6 maal 2492 km á € 0,19) en € 213,40 voor een vliegticket en treinkaartje. De reiskosten in verband met het bijwonen van de zitting van de Raad op 11 november 2011 bedroegen € 13,40. De Raad overweegt dat appellante ten tijde van de procedure in beroep woonde in Portugal. De Raad volgt, nu de reiskosten betreffen procedures in beroep bij de rechtbank, het Uwv niet in zijn standpunt dat op grond van artikel 26 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering geen aanspraak zou bestaan op vergoeding van reiskosten. De rechtbank heeft driemaal een zitting gepland, te weten op 16 februari 2010, 14 juli 2010 en op 16 september 2010. De Raad acht voldoende aannemelijk dat het bericht inzake het uitstel van de zitting van 14 juli 2010 appellante niet tijdig heeft bereikt. De Raad ziet aanleiding om de kosten in verband met het bijwonen van de drie zittingen in beroep vast te stellen op een bedrag van € 500,- per zitting, voor vervoer per vliegtuig en trein van Faro (Portugal) naar Eindhoven en Amsterdam, in totaal € 1.500,-. De meerdere geclaimde kosten worden niet aangemerkt als redelijkerwijs gemaakte kosten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen