CRvB 18 juni 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:743

Gezamenlijke huishouding? Intrekking en (mede)terugvordering. Uit de relatie tussen appellanten twee kinderen zijn geboren. Het college heeft niet aannemelijk gemaakt dat gedurende de periode in geding sprake is geweest van een gezamenlijk hoofdverblijf. De onderzoeksbevindingen, zoals het water- en elektriciteitsverbruik van de woning van appellante en het aan haar adres afgelegde huisbezoek, bieden weliswaar aanknopingspunten voor het standpunt dat appellante wellicht niet gedurende de gehele periode hier van belang op dat adres heeft gewoond, maar het vermoeden dat appellante feitelijk niet woonde op het adres waar zij stond ingeschreven, geeft geen uitsluitsel over de vraag waar zij dan wel verbleef.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen