CRvB 19 december 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2955

De Raad stemt in met het oordeel van de rechtbank dat het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand is gekomen. De Raad deelt wel de opvatting van appellant dat de opdracht tot rechtsherstel zoals in de overwegingen van de aangevallen uitspraak omschreven niet juist is. Daargelaten dat niet gebleken is dat betrokkene om dit herstel heeft gevraagd, is hij uit zijn opleiding aan de KMA ontheven en heeft hij deze dus niet voltooid. Alleen al daarom kan hij niet zonder meer op dezelfde wijze worden behandeld als zijn vroegere jaargenoten aan de KMA die de opleiding wel hebben voltooid. In zoverre slaagt het hoger beroep en komt de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking. Nu de rechtbank het ontslagbesluit - terecht - heeft herroepen, is betrokkene rechtspositioneel in beginsel weer in dezelfde situatie komen te verkeren als die van vóór zijn ontslag. Ook de ontheffing van betrokkene van de opleiding aan de KMA kan geen stand houden. Dit betekent dat hij in staat moet worden gesteld zijn opleiding aan de KMA te vervolgen. Daarbij verdient opmerking dat niet is gebleken van een wettelijke bepaling die meebrengt dat (de rechtskracht van) de door betrokkene in het verleden al behaalde resultaten bij zijn KMA-opleiding (is) zijn vervallen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen