CRvB 11 december 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2824
Intrekking en terugvordering WW-uitkering, i.v.m. inkomsten als zelfstandigen. Het hoger beroep beperkt zich dan ook tot de vraag of het Uwv gehouden is om, vanwege een bij appellant levende verwachting, af te zien van de dwingend voorgeschreven toepassing van artikel 3 van het Besluit. Dat appellant in mondelinge contacten door medewerkers van het Uwv te kennen zou zijn gegeven dat het te verrekenen inkomen zou worden gebaseerd op de inkomsten uit de jaren 2007 en 2008, blijkt niet uit de stukken en is door appellant ook niet aannemelijk gemaakt. Wel is er de passage in de brief van 23 juli 2007 die op een dergelijke wijze van berekening duidt. Dat die passage bepalend kon zijn danwel is geweest voor het gedrag van appellant bij de door hem gemaakte fiscale keuzes of de inrichting van zijn financiën is door hem niet aannemelijk gemaakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl