CRvB 22 november 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2548
Tussenuitspraak. Geen recht op WIA-uitkering. Geen aanleiding het oordeel van de artsen van het Uwv ten aanzien van appellantes psychische belastbaarheid voor onjuist te houden. FML juist vastgesteld. Geschikt om in gangbare arbeid te functioneren. Uitgaande van de juistheid van de FML heeft de bezwaararbeidsdeskundige de geschiktheid van appellante voor de functies van huishoudelijk medewerker gebouwen en productiemedewerker industrie voldoende inzichtelijk gemaakt. Nu de geschiktheid voor de functie huishoudelijk medewerker nog onvoldoende is toegelicht, is niet komen vast te staan of aan de schatting ten minste drie functies ten grondslag liggen. Het Uwv heeft niet onderkend dat nu appellante minder dan het aantal uren van de maatgevende arbeid belastbaar is, ter vaststelling van het mediane uurloon het uurloon overeenkomstig artikel 10, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 10, derde lid van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten en artikel 2, derde lid, van de Beleidsregel Uurloonschatting 2008 eerst gemaximeerd wordt op het uurloon van het maatmaninkomen en pas daarna de reductiefactor wordt toegepast. Met een maatmanomvang van 32 uur per week en een duurbelasting tot 20 uur per week bedraagt de mate van arbeidsongeschiktheid met toepassing van voornoemde bepalingen tenminste 35% of meer. Het bestreden besluit is voor wat betreft de arbeidskundige grondslag niet deugdelijk voorbereid en gemotiveerd. De Raad draagt het Uwv op de gebreken in het bestreden besluit te herstellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl